Waregem blijft bij verplicht aansluitende zwemkledij, ook nu moslima gelijk krijgt van Mensenrechteninstituut
In dit artikel:
Het stadsbestuur van Waregem blijft bij het verbod op loszittende zwemkledij in het gemeentelijk zwembad, ondanks een advies van het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) dat een moslima gelijk gaf in een discriminatieklacht. De vrouw had bezwaar gemaakt omdat ze graag een badpak tot polsen en enkels wil dragen met daarover een losse tuniek of rok om haar vormen te verhullen; dat is in Waregem niet toegestaan.
Het VMRI oordeelde dat het beleid aanleiding geeft tot indirecte discriminatie op grond van geloof en raadde aan ook deels loszittende, lichaamsbedekkende zwemkledij toe te laten. Waregem weigert dit echter uit te voeren. Schepen van Sport Margot Desmedt (CD&V) zegt dat het verbod niet op één groep is gericht — ook losse zwemshorts zijn verboden — en dat de maatregel voornamelijk hygienische redenen heeft: sinds de invoering blijven de filters schoner en er is vaak ondergoed gedragen onder losse kledij.
De gemeente stelt dat het praktisch onmogelijk en inbreuk op privacy zou zijn om te controleren wat bezoekers onder hun kleding dragen, zeker bij drukke dagen (ongeveer 1.000 bezoekers op zondag). Hierdoor houdt Waregem vast aan het huidige zwemreglement, ondanks de aanbeveling van het mensenrechteninstituut.